Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
7 maart 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof waarin verdachte werd veroordeeld voor vernieling van een ruit van zijn ex-vriendin. De ruit was ten tijde van het incident reeds beschadigd en afgeplakt met tape en een plaat. De verdediging voerde aan dat een reeds kapotte ruit niet verder vernield kan worden in de zin van artikel 350 lid 1 Sr Pro, omdat de gebruikswaarde al was verdwenen.
De Hoge Raad oordeelt dat deze opvatting onjuist is en dat vernieling of beschadiging van een al beschadigd goed strafbaar kan zijn. De bewezenverklaring steunt op verklaringen van verdachte, politieprocessen-verbaal en waarnemingen ter plaatse, waaruit blijkt dat verdachte opzettelijk en wederrechtelijk het raam verder heeft vernield door erop te kloppen, waardoor het glas verder brak.
De Hoge Raad verwerpt alle cassatieklachten en bevestigt het oordeel van het hof. De strafrechtelijke norm van vernieling richt zich op het verminderen van de gebruikswaarde van goederen, en ook verdere beschadiging van een reeds beschadigd goed kan deze norm schenden. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte wegens vernieling van een reeds beschadigde ruit.