Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
7 maart 2023.
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 3 maart 2021, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. Het geschil betrof onder meer de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de toerekening daarvan aan meerdere daders.
De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het beroep is verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam in stand blijft. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad in aanwezigheid van de waarnemend griffier tijdens een openbare terechtzitting op 7 maart 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof Amsterdam inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.