ECLI:NL:HR:2023:38

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 januari 2023
Publicatiedatum
16 januari 2023
Zaaknummer
23/00013
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 510 lid 1 SvArt. 284 lid 1 sub 1 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanwijzing rechtbank Rotterdam voor vervolging rechterlijk ambtenaar

De hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Limburg heeft bij de Hoge Raad een verzoek ingediend op grond van artikel 510 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering om een ander gerecht aan te wijzen voor vervolging en berechting van de betrokkene.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat tegen de betrokkene aangifte is gedaan wegens het zich schuldig maken aan een strafbaar feit, namelijk poging tot dwang door een advocaat onder druk te zetten om de advocatuur te verlaten. Tevens is vastgesteld dat de betrokkene op het moment van het feit een rechterlijk ambtenaar was in de zin van artikel 510 lid 1 Sv Pro.

De procureur-generaal concludeerde tot toewijzing van het verzoek. De Hoge Raad oordeelt dat het verzoek vatbaar is voor toewijzing en wijst de rechtbank Rotterdam aan als gerecht voor vervolging en berechting, indien het openbaar ministerie dit nodig acht. De beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, samen met raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst de rechtbank Rotterdam aan voor vervolging en berechting van de betrokkene.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00013 B
Datum17 januari 2023
BESCHIKKING
op het verzoekschrift van de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Limburg, ingekomen bij de Hoge Raad op 2 januari 2023, tot aanwijzing van een ander gerecht als bedoeld in artikel 510 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering in de zaak
betreffende
[betrokkene]
,
hierna: de betrokkene.

1.Het verzoek

De hoofdofficier van justitie heeft zich tot de Hoge Raad gewend met het verzoek op grond van artikel 510 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) een rechtbank aan te wijzen voor de vervolging en berechting van de betrokkene.

2.De conclusie van de procureur-generaal

De procureur-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek.

3.Beoordeling van het verzoek

3.1
Uit de bij het verzoekschrift overgelegde stukken blijkt:
a. dat tegen de betrokkene aangifte is gedaan dat deze zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;
b. dat de betrokkene op het moment van het in de aangifte bedoelde feit rechterlijk ambtenaar in de zin van artikel 510 lid 1 Sv Pro was.
3.2
Daaruit volgt dat het verzoek, gelet op artikel 510 Sv Pro, vatbaar is voor toewijzing.

4.Beslissing

De Hoge Raad wijst de rechtbank Rotterdam aan als gerecht waarvoor, wanneer het openbaar ministerie bij die rechtbank dit nodig oordeelt, de vervolging en berechting van de zaak zullen plaatshebben.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en vastgesteld in raadkamer op
17 januari 2023.