ECLI:NL:HR:2023:411

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 maart 2023
Publicatiedatum
16 maart 2023
Zaaknummer
21/05404
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 552a Wetboek van StrafvorderingArt. 2.2.1 APV Amsterdam
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake beslag op motorclublogo wegens overtreding APV Amsterdam

De zaak betreft een cassatieberoep van een klager tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 14 december 2021, waarin een klaagschrift werd behandeld over het beslag op een vest met het logo van een motorclub. Dit beslag werd gelegd op grond van verdenking van overtreding van artikel 2.2.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Amsterdam.

De klager stelde onder meer dat de toepasselijke bepaling van de APV onverbindend zou zijn, en betoogde dat de raadkamer inhoudelijk op dit verweer moest beslissen. De Hoge Raad heeft de klachten van de klager beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de vraag over de verbindendheid van de APV-bepaling, omdat dit geen vragen betreft die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad heeft dit advies gevolgd. De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep is verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/05404 B
Datum21 maart 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 14 december 2021, nummer RK 21/012232, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben R. van Leusden en D.J.M. Dammers, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 maart 2023.