ECLI:NL:HR:2023:419

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 maart 2023
Publicatiedatum
16 maart 2023
Zaaknummer
22/01251
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake onrechtmatige daad en amotie van chalet

In deze zaak ging het om een geschil tussen eiser en verweerder betreffende een onrechtmatige daad in verband met de amotie van een chalet. Eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 8 februari 2022, waarin het hof het geschil had beoordeeld.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland en arresten van het hof Arnhem-Leeuwarden die het geding in feitelijke instanties vormgaven. In cassatie werden de klachten van eiser tegen het arrest van het hof beoordeeld, waarbij de Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden.

De Hoge Raad heeft op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie besloten niet nader te motiveren, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep is derhalve verworpen en eiser is veroordeeld in de kosten van het geding, welke nihil zijn vastgesteld aan de zijde van verweerder.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/01251
Datum17 maart 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/18/165986 / HA ZA 16-67 van de rechtbank Noord-Nederland van 30 november 2016 en 17 juli 2019;
b. de arresten in de zaak 200.268.947/03 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 januari 2020 en 8 februari 2022.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 8 februari 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
17 maart 2023.