ECLI:NL:HR:2023:435

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 maart 2023
Publicatiedatum
21 maart 2023
Zaaknummer
22/01056
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 287 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring cassatieberoep in zaak medeplegen poging tot doodslag

In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van poging tot doodslag, gepleegd in 2019 te Roosendaal door vanuit een rijdende auto meerdere malen met een vuurwapen te schieten op een persoon in een andere rijdende auto. Na een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 maart 2022, waarin de verdachte werd veroordeeld, stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De advocaat van de verdachte diende een schriftuur in ter onderbouwing van het cassatieberoep. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kreeg de gelegenheid om advies uit te brengen over de ontvankelijkheid en inhoud van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

Het arrest werd gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 21 maart 2023. Hiermee kwam een einde aan de cassatieprocedure in deze strafzaak.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het arrest van het gerechtshof ongewijzigd blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/01056
Datum21 maart 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 maart 2022, nummer 20-002977-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 maart 2023.