Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4. eendaadse samenloop van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, alsmede handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, op welke twee feiten ingevolge art. 55 Sr Pro. juncto art. 55, derde lid, Wet wapens en munitie een gevangenisstraf van ten hoogste 4 jaar is gesteld;
2. Het maximum van deze straf is het totaal van de hoogste straffen op de feiten gesteld, doch - voor zover het gevangenisstraf of hechtenis betreft - niet meer dan een derde boven het hoogste maximum.”
a) de rechter moet nagaan wat de maximaal op te leggen tijdelijke gevangenisstraf zou zijn geweest als alle feiten gevoegd zouden zijn behandeld en dus tot één rechterlijke uitspraak zouden hebben geleid, terwijl
b) hij in ieder geval geen hogere straf zal mogen opleggen dan het hiervoor onder a) bedoelde maximum verminderd met de eerder opgelegde straffen en
c) hij in geen geval hoger mag straffen dan het maximum van de vrijheidsstraf die is gesteld op het door hem te berechten feit.
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
28 maart 2023.