ECLI:NL:HR:2023:494

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 april 2023
Publicatiedatum
30 maart 2023
Zaaknummer
21/04245
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 282 lid 3 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving met dodelijke afloop

In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving met dodelijke afloop van het slachtoffer. Het gerechtshof Amsterdam had verdachte veroordeeld en het cassatieberoep richtte zich tegen dat arrest.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en de klachten van de verdediging verworpen. Hierbij werd onder meer het causale verband tussen de gedragingen van verdachte en de dood van het slachtoffer bevestigd. Tevens werd het verzoek tot het horen van getuigen afgewezen omdat deze reeds door de rechter-commissaris in aanwezigheid van de verdediging waren gehoord.

De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van het hof nader te toetsen of om vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en leidt tot verwerping van het cassatieberoep.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04245
Datum4 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 8 oktober 2021, nummer 23-003568-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het – wat betreft het tweede cassatiemiddel ook gelet op het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 21/04302, ECLI:NL:HR:2023:493 – namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 april 2023.