Conclusie
eerste middelklaagt over het afwijzen van het verzoek om twee personen ( [betrokkene 1] en [betrokkene 7] ) als getuige te (doen) horen. Het
tweede middelklaagt over de motivering van het bewezenverklaarde causale verband tussen de gedragingen en de dood van [slachtoffer] .
eerste cassatiemiddelklaagt over de afwijzing door het hof van het door de verdediging op de terechtzitting in hoger beroep van 10 juli 2020 toegelichte verzoek om [betrokkene 1] en [betrokkene 7] als getuigen te horen.
22.Het eerste middelfaalt.
tweede middelklaagt over de motivering van het bewezenverklaarde oorzakelijk verband tussen de gedragingen en de dood.
mogelijkedoodsoorzaak berust op een onjuiste lezing van de overwegingen van het hof. Ik verwijs naar de overwegingen van het hof over de dood van [slachtoffer] , zoals hierboven geciteerd onder randnummer 8. Het hof wijst er op dat de patholoog concludeert dat gelet op de situatie bij vinding, verdrinking als mogelijke doodsoorzaak dient te worden overwogen. Belangrijk is vervolgens wat in de forensische literatuur wordt beschreven met betrekking tot verdrinking als doodsoorzaak, te weten dat verdrinking als doodsoorzaak
nietkan worden vastgesteld bij sectie. Kortom de conclusie van de deskundige zal nooit zijn dat verdrinking de doodsoorzaak is, hooguit dat het als doodsoorzaak dient te worden overwogen. Nu volgens de deskundige verdrinking als doodsoorzaak dient te worden overwogen en nu een mogelijk alternatieve doodsoorzaak niet aannemelijk is geworden concludeert het hof dat de dood is ingetreden door verdrinking. De klacht mist daarmee feitelijke grondslag. Ten overvloede: in voorkomend geval behoeft enige onzekerheid over de doodsoorzaak het causaal verband nog niet uit te sluiten.