ECLI:NL:HR:2023:506
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, woonachtig in Polen, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een besluit van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en constateerde dat belanghebbende geen domicilieadres in Nederland had opgegeven. De griffier stuurde meerdere aanmaningen voor betaling van het griffierecht, die niet binnen de gestelde termijn werden voldaan. De aanmaningen werden ook per gewone post naar het buitenlandse adres verzonden.
Omdat het griffierecht niet werd betaald en belanghebbende geen gebruik maakte van de gelegenheid om dit te verklaren, werd het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten en besloot het reeds betaalde griffierecht terug te geven.
Het arrest is op 31 maart 2023 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.