ECLI:NL:HR:2023:507
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2016
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 februari 2021, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland inzake de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen, boetebeschikking en belastingrente voor het jaar 2016 had behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten tegen het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat het niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is gewezen door raadsheren Feteris, Faase en Van Eijsden en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.