Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
14 april 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen een huurder en verhuurders over de omvang van de gehuurde woonruimte en de plicht van de verhuurder om gebreken te herstellen. De huurder stelde dat de verhuurder zijn herstelplicht niet naar behoren was nagekomen.
De procedure begon bij de kantonrechter te Almelo met vonnissen in 2018 en 2019, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in meerdere arresten tussen 2020 en 2022 uitspraak deed. De huurder stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van 4 januari 2022, terwijl de verhuurders verstek lieten gaan.
De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad heeft de klachten van de huurder beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de huurder in de kosten van het cassatiegeding, die nihil zijn vastgesteld aan de zijde van de verhuurders. Het arrest is op 14 april 2023 gewezen door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de huurder en bevestigt het arrest van het hof.