ECLI:NL:HR:2023:570
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak over verzet
Belanghebbende, een B.V., had verzet ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank in een belastingzaak. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het verzet gegrond en vernietigde de uitspraak van de Inspecteur, waarbij zij tevens de Inspecteur opdroeg een nieuwe uitspraak op bezwaar te doen. Tevens werd beslist over de vergoeding van griffierecht en kosten.
De Hoge Raad overwoog dat op grond van de Wet op de rechterlijke organisatie en de Algemene wet inzake rijksbelastingen alleen beroep in cassatie openstaat tegen een uitspraak van de rechtbank op verzet indien het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond is verklaard. Omdat het verzet hier gegrond was verklaard, stond beroep in cassatie niet open.
Daarom werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan de zijde van belanghebbende toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 14 april 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzet door de rechtbank gegrond is verklaard.