ECLI:NL:HR:2023:611

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 april 2023
Publicatiedatum
17 april 2023
Zaaknummer
21/02325
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 94a SvArt. 1.1.a Wet op de kansspelenArt. 36 Wet op de kansspelenArt. 1.3 WED
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onbevoegde behandeling klaagschrift economisch delict

In deze zaak betrof het een klaagschrift tegen beslag op een horloge en een geldbedrag van €45.000, gelegd onder verdachte in verband met verdenking van het zonder vergunning aanbieden van kansspelen, een economisch delict op grond van de Wet op de kansspelen.

De rechtbank Den Haag had het klaagschrift behandeld en een beschikking gegeven, maar niet door de economische raadkamer, terwijl deze volgens de Hoge Raad exclusief bevoegd is bij economische delicten. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de beschikking en terugwijzing van de zaak.

De Hoge Raad volgde dit advies en vernietigde de beschikking van de rechtbank, met de opdracht de zaak opnieuw te behandelen door de juiste kamer. Dit waarborgt de juiste rechtsgang en bevoegdheidsverdeling bij economische delicten.

De uitspraak benadrukt het belang van de juiste samenstelling van de raadkamer bij behandeling van klaagschriften en bevestigt de absolute competentie van de economische raadkamer in dergelijke zaken.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor behandeling door de economische raadkamer.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02325 B
Datum18 april 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 18 mei 2021, nummer RK 21/4, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben R.I. Takens en T.P.A.M. Wouters, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Den Haag teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het klaagschrift ten onrechte niet is behandeld door de economische raadkamer van de rechtbank en dat de beschikking ten onrechte niet is gewezen door de economische raadkamer van de rechtbank.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 april 2023.