Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:629

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 april 2023
Publicatiedatum
17 april 2023
Zaaknummer
21/02805
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285b.1 SrArt. 359.2 SvArt. 36b SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak belaging ex-vriendin; gedeeltelijke vernietiging onttrekking fotocamera

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor belaging van zijn ex-vriendin door het sturen van e-mails, WhatsApp-berichten, brieven en het langs haar woning lopen en rijden. Het hof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld voor belaging, ondanks dat er sprake was van wederzijds contact tussen partijen. De verdediging stelde dat het hof had moeten beslissen op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat geen sprake was van belaging vanwege dit wederzijds contact.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel faalt omdat het hof niet gehouden was om op dit verweer te reageren, aangezien de verdediging niet nadrukkelijk had gesteld dat het contact ook in de bewezenverklaarde periode bestond. Bovendien kon uit het oordeel van het hof worden afgeleid dat in die periode geen wederzijds contact meer was, wat de veroordeling rechtvaardigde.

Daarnaast werd de beslissing van het hof om een fotocamera aan het verkeer te onttrekken vernietigd. Het hof had geoordeeld dat het ongecontroleerd bezit van de fotocamera in strijd was met het algemeen belang, maar deze motivering werd door de Hoge Raad niet als voldoende begrijpelijk beoordeeld. Daarom werd dit deel van het arrest vernietigd zonder terugwijzing.

De overige klachten van de verdachte werden verworpen, en de Hoge Raad bevestigde daarmee de vrijspraak voor belaging en beperkte de vernietiging tot de onttrekking van de fotocamera.

Uitkomst: Vrijspraak voor belaging bevestigd; onttrekking fotocamera aan het verkeer vernietigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02805
Datum18 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 juni 2021, nummer 21-005018-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van de fotocamera van het merk Minolta, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de veroordeling niet zonder meer uit de bewijsmiddelen kan volgen, althans dat het hof niet heeft gerespondeerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat geen sprake was van belaging nu de betrokkenen “wederzijds contact” hadden.
2.2.1
De bewezenverklaring en de bewijsvoering van het hof zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4, 5 en 6.
2.2.2
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 9 tot en met 14.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof dat een fotocamera aan het verkeer onttrokken is verklaard.
3.2.1
De verdachte is veroordeeld voor onder meer belaging, zoals bewezenverklaard in de zaak met parketnummer 18-033962-19 onder 1.
3.2.2
De bestreden uitspraak houdt onder meer in:
“De hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte in de zaak met parketnummer 18-033962-19 onder 1 bewezenverklaarde (...) aangetroffen. Zij behoren aan verdachte toe en kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten gelet op de (aard van de) bestanden die op deze gegevensdragers staan. Zij zullen worden onttrokken aan het verkeer aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.
Het hof overweegt in aanvulling daarop dat de opvatting dat afzonderlijke bestanden/ gegevens op een gegevensdrager evenzovele voorwerpen zijn waarop het beslag rust en zijn te beschouwen als afzonderlijke voorwerpen als bedoeld in artikel 36b van het Wetboek van Strafrecht, geen steun vindt in het recht. Aldus zijn de bij verdachte inbeslaggenomen gegevensdragers voor onttrekking vatbaar, ook zonder dat afzonderlijke (foto)bestanden aan de verdachte ter beschikking worden gesteld.
(...)
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
gegevensdragers, te weten (...) een fotocamera van het merk Minolta.”
3.3
Het oordeel van het hof dat de aan het verkeer onttrokken verklaarde fotocamera van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang, is niet zonder meer begrijpelijk. Het cassatiemiddel klaagt daarover terecht.

4.Beoordeling van het derde en het vierde cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen fotocamera van het merk Minolta;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 april 2023.