Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
9 mei 2023.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 november 2021, waarin hij werd veroordeeld voor rijden onder invloed van alcohol op een snorfiets. Het geschil betrof onder meer de vraag of het bloedonderzoek voldeed aan de strikte waarborgen van artikel 13.1.d van het oude Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, met name of het bloedmonster 'zo spoedig mogelijk' bij het laboratorium was bezorgd.
Het hof had geoordeeld dat ondanks het feit dat er acht dagen zaten tussen de bloedafname en de bezorging van het bloed bij een laboratorium in Duitsland, was voldaan aan het voorschrift. Dit oordeel baseerde het hof op het ontbreken van concrete vaststellingen over de wijze van bewaring en transport van het bloedmonster.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van de verdachte niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om nadere motivering te geven, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor rijden onder invloed.