ECLI:NL:HR:2023:638

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 mei 2023
Publicatiedatum
20 april 2023
Zaaknummer
21/04561
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 8.2.b WVW 1994Art. 13.1.d Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake rijden onder invloed en bloedonderzoek

In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 november 2021, waarin hij werd veroordeeld voor rijden onder invloed van alcohol op een snorfiets. Het geschil betrof onder meer de vraag of het bloedonderzoek voldeed aan de strikte waarborgen van artikel 13.1.d van het oude Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, met name of het bloedmonster 'zo spoedig mogelijk' bij het laboratorium was bezorgd.

Het hof had geoordeeld dat ondanks het feit dat er acht dagen zaten tussen de bloedafname en de bezorging van het bloed bij een laboratorium in Duitsland, was voldaan aan het voorschrift. Dit oordeel baseerde het hof op het ontbreken van concrete vaststellingen over de wijze van bewaring en transport van het bloedmonster.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van de verdachte niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om nadere motivering te geven, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor rijden onder invloed.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04561
Datum9 mei 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 november 2021, nummer 23-000205-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.J.W. Tijkotte, advocaat te Koog aan de Zaan, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 mei 2023.