ECLI:NL:HR:2023:671
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een B.V., was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting, boetebeschikkingen en belastingrente voor de jaren 2012 en 2013. Na een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam. Het hof bevestigde de aanslagen en boetes.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld, maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid.
De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Hiermee blijft het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam over de navorderingsaanslagen, boetebeschikkingen en belastingrente ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.