Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
23 mei 2023.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een liquidatie in het criminele milieu te Utrecht in 2015 waarbij de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen en voorbereiding van moord. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 23 december 2021 het vonnis gewezen.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen met betrekking tot de duur van de gevangenisstraf, en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden, behalve voor de strafduur.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden omdat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot vermindering van de straf met zes maanden. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor de strafduur en verminderde de gevangenisstraf tot zes jaar en zeven maanden, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zes jaar en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.