Conclusie
1.Inleiding
2.Waarover de zaak gaat
3.Het eerste en tweede middel
(…)
Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pag 62 e.v. inhoudende:
Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , pag 65 e.v. inhoudende:
3.Een proces-verbaal van sporenonderzoek (pag 186 e.v.) inhoudende:
Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 21 november 2015 (pag 47 e.v.), inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 1] d.d. 21 november 2015 (pag 55 e.v.) met als verklaring van de getuige:Op zaterdag 21 november 2015, omstreeks 02:30 uur kwam er een klant van mij naar mij toe. Die klant noemen ze [betrokkene 2] , maar ik ken zijn echte naam niet. Als u later de camerabeelden op komt halen, dan staat zijn gezicht daar wel op. [betrokkene 2] vertelde mij dat er iemand met een pet in de tuin van de overbuurman stond. Ik ben daarop naar buiten gegaan. En ton zag ik een persoon met een pet op de hoek van de [b-straat] met de [c-straat] staan. Ik zag dat deze persoon tegenover [betrokkene 3] stond. Ik zag dat [betrokkene 3] vlak bij de persoon met die pet stond.
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende het uitkijken van camerabeelden [A] (pag 90 e.v.) inhoudende:
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende het uitkijken van de camerabeelden [C] en [A] (pag 80 e.v.) inhoudende:
opmerking hof: dus ongeveer 02.24.37 gerelateerd aan tijdshantering camerabeelden [C] ), gezien vanuit de camerapositie van [A] , aan de overzijde van de rijbaan, op het trottoir van de [b-straat] vanuit de richting van de [c-straat] een persoon in beeld verschijnt. De\e persoon loopt langzaam over de stoep en stopt ter hoogte van een woning alwaar het licht brandt en die gelegen is aan de over zijde van de rijbaan. De persoon draait zich voor deze woning om en loopt weer in de richting van de [c-straat] . Het lopen en de lengte van de persoon komt overeen met de wijze van lopen en lengte van de persoon die zojuist uit de cameraopstelling van [C] verdween . terwijl de persoon weer in de richting van de [c-straat] loopt kijkt de persoon over de linkerschouder in de richting van [A] . Te zien is dat de persoon een pet draagt.
Een proces-verbaal van verhoor op 4 juli 2017 van getuige [betrokkene 5] vindplaats ZD-02 pag 03535 e.v.), met daarin opgenomen als verklaring van de getuige:
Een geschrift, te weten een rapport analyse historische gegevens telefoonnummer 06- [telefoonnummer 1] , inhoudende:
Een proces-verbaal contacten PGP account [account 1] (ZD02 pag 7882 e.v.) inhoudende:
14.14. Een proces-verbaal van bevindingen (ZD02 pag 8442 e.v.) inhoudende:
[account 4] @ennetcom.com. Deze communicatie verloopt als volgt:
(UTC+2)
IMG-20150919-00239.jpg
IMG-20140416-00181.jpg
IMG-20150919-00239.jpgen
IMG-20141221-00082.jpg.
[account 2] @ennetcom.com
[account 4] @ennetcom.com.
[account 2] @ennetcom.com
[account 4] @.ennetcom.com
Een proces-verbaal van verhoor op 4 juli 2017 van getuige [betrokkene 5] vindplaats ZD-02 pag 03535 e.v.), met daarin opgenomen als verklaring van de getuige:
Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] op 30 april 2020 (nagekomen, niet genummerd) met daarin opgenomen als verklaring van [verdachte] :
opmerking hof: dit proces-verbaal is slechts in de zaak [verdachte] gebruikt als bewijsmiddel)
Een proces-verbaal betreffende onderzoek naar contacten van account[account 4] @ennetcom.com
(ZD02, pag 8382 e.v.) inhoudende:
Een proces-verbaal betreffende onderzoek naar contacten van account@ennetcom.com
(ZD02, pag 8403 e.v.), inhoudende:
Een geschrift: een IDstaat betreffende [betrokkene 4] , geboren [geboortedatum] -1979 te [geboorteplaats] , Indonesië. (PD04, pag 00006)
4.Een proces-verbaal van bevindingen (ZD03 pag 178a e.v.), inhoudende:
• Op 31 december heeft hij gewerkt in de ochtend en om 16.44 met verlof naar buiten gegaan tot 3-1-22016 17:12 weer binnen.
5.Een geschrift registratiekaart (ZD03 pag 178c e.v.) inhoudende:
Een rapport Analyse identificatie [betrokkene 4] als gebruiker van account[account 4] @ennetcom.com
(ZD02 pag 8372 e.v.) met als verklaring van rapporteur:
Een rapport Analyse identificatie [betrokkene 6] als gebruiker van account[account 4] @ennetcom.com vanaf begin december 2015
(ZD02 pag 8384 e.v.) met als verklaring van rapporteur:
Standpunt van de verdediging
(het hof begrijpt: de dodenlijst)stonden. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] kwamen op 20 november 2015 rond 23.40 uur aan op de [b-straat] in [plaats] . [slachtoffer 2] kwam hier bijna dagelijks.
4.Het eerste middel
Een blanke man
Voorts blijkt dat [verdachte] voldoet aan het signalement van de daders van de overvallen. In de zaken is steeds sprake van een blanke tot licht getinte man van 20-30 jaar oud, ongeveer 1.65 – 1.75 meter lang. Met een mager/tenger/slank postuur met ene opvallend loopje met de voeten naar buiten. In één geval wordt gesproken over bruin/groene ogen. Bij andere over
verklaart dan op de vraag:
“Hoe is je relatie met de [familie van verdachte] ?
5.Het tweede middel
inde tuin van het pand aan de [a-straat 1] zijn aangetroffen, terwijl uit de bewijsmiddelen niet volgt dat de man met de (rode) pet door één van de gehoorde getuigen is gezien in aanwezigheid van een (of meer) vuurwapen(s). Ook zouden de bewijsmiddelen – in onderlinge samenhang bezien – uitsluiten dat getuige [betrokkene 1] de als persoon 1 aangeduide persoon in c.q. komend uit de achtertuin heeft waargenomen. Uitgaan van een gezamenlijke uitvoering van verdachte en een ander terzake het voorhanden hebben van de vuurwapens en munitie ter voorbereiding van moord zou eveneens onbegrijpelijk zijn, aldus de steller van het middel, terwijl wetenschap van de verdachte terzake het verwerven van de vuurwapens en munitie evenmin uit de bewijsvoering kan volgen. Volgens de steller van het middel laat de bewijsvoering de mogelijkheid open dat de verdachte gedragingen heeft verricht die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, zoals op de uitkijk staan of het verstrekken van inlichtingen. Het opzet van de man met de pet zou tot die rol beperkt kunnen zijn geweest, terwijl het hof het medeplegerschap van de voorbereiding in de kern gevonden lijkt te hebben in de vaststelling (in de strafmotivering) dat de verdachte de stap tot het daadwerkelijk ter hand nemen van een vuurwapen en beginnen aan de uitvoering van de moord zou zetten. In het onderhavige geval zou geen sprake zijn van een bijdrage van voldoende gewicht die de kwalificatie medeplegen rechtvaardigt.