ECLI:NL:HR:2023:760

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 mei 2023
Publicatiedatum
23 mei 2023
Zaaknummer
21/04909
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285b lid 1 SrArt. 289 SrArt. 81 lid 1 Wet RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over medeplegen belaging en voorbereiding moord op ex-partner

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2021, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van belaging en medeplegen van voorbereiding tot moord op zijn ex-partner.

De verdachte stelde onder meer een bewijsklacht in tegen het oordeel van het hof over zijn opzet bij het medeplegen van voorbereiding tot moord. Daarnaast werd door de benadeelde partij een cassatiemiddel voorgesteld betreffende de toewijzing van een immateriële schadevergoeding van € 2.000 wegens belaging.

De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de raadsman van de verdachte schriftelijk reageerde. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden, inclusief de strafrechtelijke veroordelingen en de toegewezen immateriële schadevergoeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen, het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand met veroordeling voor medeplegen belaging en voorbereiding moord en toewijzing van immateriële schadevergoeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04909
Datum23 mei 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2021, nummer 21-001158-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij heeft P.C. Schouten, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2.
Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 mei 2023.