Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld
3.Beslissing
23 mei 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2021, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van belaging en medeplegen van voorbereiding tot moord op zijn ex-partner.
De verdachte stelde onder meer een bewijsklacht in tegen het oordeel van het hof over zijn opzet bij het medeplegen van voorbereiding tot moord. Daarnaast werd door de benadeelde partij een cassatiemiddel voorgesteld betreffende de toewijzing van een immateriële schadevergoeding van € 2.000 wegens belaging.
De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de raadsman van de verdachte schriftelijk reageerde. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden, inclusief de strafrechtelijke veroordelingen en de toegewezen immateriële schadevergoeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen, het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand met veroordeling voor medeplegen belaging en voorbereiding moord en toewijzing van immateriële schadevergoeding.