ECLI:NL:PHR:2023:284
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen voorbereiding moord en beperkte schadevergoeding
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van belaging, medeplegen van voorbereiding van moord en meerdere overtredingen van de Wet wapens en munitie. Het hof legde tevens een maatregel van gedragsbeïnvloeding op en besliste over inbeslaggenomen voorwerpen en de vordering van de benadeelde partij.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het hof ten onrechte opzet ontkende bij de bewezenverklaring van de voorbereiding van moord, omdat de verdachte het vuurwapen ongeladen had en voornemens was dit terug te brengen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had dat het wapen bestemd was voor het misdrijf, mede gelet op de intensieve observatie van de benadeelde, communicatie tussen medeverdachten en het gedrag van de verdachte. Het cassatiemiddel faalde.
De benadeelde partij stelde ook cassatie in tegen de beperkte toewijzing van immateriële schadevergoeding. Het hof had een bedrag van €14.000,- toegewezen en de rest niet-ontvankelijk verklaard vanwege disproportionele belasting van het strafgeding. De Hoge Raad vond dat het hof de ernst van de inbreuk en de psychische schade voldoende had meegewogen en dat de gedeeltelijke toewijzing billijk was. Dit middel faalde eveneens.
De Hoge Raad vond geen reden tot vernietiging en verwierp het cassatieberoep. Daarmee bleef het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand met veroordeling tot gevangenisstraf en gedeeltelijke toewijzing van schadevergoeding.