Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
3.Beslissing
30 mei 2023.
Hoge Raad
In deze zaak is onder klager beslag gelegd op sigaretten en tabak wegens verdenking van overtreding van de aangifteplicht en het bezit van niet-geaccijnsde tabaksproducten. Na verlening van een machtiging tot vernietiging door de officier van justitie zijn de inbeslaggenomen voorwerpen vernietigd. Klager diende een klaagschrift in gericht op teruggave van deze voorwerpen. De rechtbank verklaarde klager niet-ontvankelijk in het klaagschrift.
Klager voerde in cassatie aan dat het beslag niet beëindigd kon zijn zonder voorafgaande waardebepaling van de voorwerpen, zoals voorgeschreven in artikel 117 lid 3 Sv Pro en artikel 14 lid 1 van Pro het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen. De Hoge Raad oordeelde echter dat op grond van artikel 134 lid 2 sub c Sv Pro het beslag wordt beëindigd zodra de machtiging tot vernietiging is verleend, ongeacht of er een waardebepaling heeft plaatsgevonden.
De Hoge Raad bevestigde dat het ontbreken van een waardebepaling voorafgaand aan de vernietiging niet aan de beëindiging van het beslag in de weg staat. Hierdoor was het klaagschrift niet-ontvankelijk en kon het cassatieberoep niet in behandeling worden genomen. De Hoge Raad verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en verwierp het cassatieberoep van klager.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beslag door machtiging tot vernietiging was beëindigd.