Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Aanleiding en verloop van de procedure
- 1020 pakjes van 50 gram rooktabak, merk Golden Leaf;
- 105 pakjes van 50 gram rooktabak, merk Amber Leaf;
- 181 stuks Marlboro sigaretten.
3.De beschikking
Beklag
4.Het middel
uitvoeringvan de machtiging betreft en niet de
verleningvan de machtiging. “Indien de waarde van de goederen niet is geschat voordat aan de machtiging tot vernietiging uitvoering is gegeven, heeft dit derhalve geen gevolgen voor het alsdan reeds beëindigde beslag”, aldus de rechtbank. Volgens de steller van het middel is dit oordeel onbegrijpelijk en/of in strijd met het recht. Ter onderbouwing van die opvatting wordt in de toelichting op het middel aansluiting gezocht bij de jurisprudentie die geldt in het geval het beslag is vernietigd
zondermachtiging tot vernietiging. [9] Dan is het beslag niet beëindigd en kan de belanghebbende zich tot de beklagrechter wenden. Volgens de steller van het middel moet die lijn ook worden gevolgd wanneer niet in overeenstemming met de wettelijke voorschriften (in dit geval art. 117 lid 3 Sv Pro en art. 14 lid 1 Biv Pro) is vernietigd.
uitvoeringvan de machtiging en niet op de
verleningvan machtiging is niet onbegrijpelijk en evenmin in strijd met het recht. Terecht wijst de rechtbank op de wetsgeschiedenis waaruit volgt dat deze bepaling in de wet is opgenomen met het oog op art. 119 lid 2 Sv Pro voor het geval een last tot teruggave wordt gegeven en het voorwerp reeds is vernietigd. [10] Art. 117 lid 3 Sv Pro behelst geen constitutief vereiste voor de afgifte van de machtiging zelf.