Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
24 januari 2023.
Hoge Raad
De verdachte heeft in cassatie beroep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 mei 2021. Namens de verdachte heeft een advocaat een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
Volgens artikel 279 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering was de verdachte op de terechtzitting van het hof op 12 mei 2021 vertegenwoordigd door een uitdrukkelijk gemachtigde advocaat. Hierdoor moest het cassatieberoep binnen veertien dagen na de einduitspraak van het hof van 26 mei 2021 worden ingesteld.
Het beroep werd echter pas op 10 juni 2021 ingediend, wat buiten de wettelijke termijn valt. Daarom kon de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling nemen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan op 24 januari 2023 door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.