ECLI:NL:HR:2023:843
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. Het geschil betrof de door belanghebbende betaalde motorrijtuigenbelasting over twee tijdvakken in 2017.
De Staatssecretaris van Financiën had verweer gevoerd in de procedure. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motieven van deze beslissing nader te motiveren, omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht bevatten.
De Hoge Raad zag ook geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 2 juni 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.