Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beslissing
13 juni 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor faillissementsfraude door als bestuurder van een rechtspersoon niet te voldoen aan de administratieplicht en voor verduistering van twee leaseauto’s. De Hoge Raad onderzocht in cassatie of er sprake was van opzet op verkorting van schuldeisersrechten en of de bewezenverklaring omtrent verduistering voldoende gemotiveerd was.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de bewijsvoering niet kon worden afgeleid dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat door het niet voeren van administratie de rechten van schuldeisers werden verkort. Daarnaast was de bewezenverklaring omtrent de verduistering van de leaseauto’s ontoereikend gemotiveerd. Hoewel de verdachte als bestuurder leaseovereenkomsten had gesloten en de auto’s niet waren ingeleverd, volgde daaruit niet zonder meer dat hij zich de auto’s wederrechtelijk had toegeëigend in de zin van art. 321 Sr Pro.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 13 juni 2023.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.