Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
9 juni 2023.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of er sprake was van misleiding bij het aangaan van een investeringsovereenkomst en of er sprake was van toerekenbaar onrechtmatig handelen en een vrijwaringsverplichting. Tevens werd besproken of uit artikel 6:248 lid 1 of Pro 2 BW een verplichting tot schadebeperking voortvloeit en of er te hoge eisen aan de stelplicht zijn gesteld.
STAK c.s. had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 april 2022, waarin het hof hun vorderingen had afgewezen. De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en STAK c.s. veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De zaak betreft complexe civielrechtelijke kwesties rondom misleiding, onrechtmatige daad en contractuele verplichtingen bij investeringen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van STAK c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.