ECLI:NL:HR:2023:88

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 januari 2023
Publicatiedatum
24 januari 2023
Zaaknummer
21/03641 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 94a SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake beslag op horloge bij verdenking productie synthetische drugs

In deze zaak is door de klager cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant betreffende een klaagschrift over beslag op een horloge. Dit beslag werd gelegd in het kader van een verdenking van productie van synthetische drugs en (poging tot) uitvoer van een grote hoeveelheid XTC-pillen.

De kern van het geschil betrof de vraag of de rechtbank terecht had geoordeeld dat niet de klager, maar een andere belanghebbende als redelijkerwijs rechthebbende op het horloge moest worden aangemerkt. De Hoge Raad heeft de klachten van de klager beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.

De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatte, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep is derhalve verworpen, waarmee de beschikking van de rechtbank in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op het horloge blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/03641 B
Datum24 januari 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 augustus 2021, nummer RK 21/006666, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 januari 2023.