Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Procedurele gevolgen van het faillissement van Helpling
4.Beslissing
9 juni 2023.
Hoge Raad
Helpling exploiteerde een online platform waar schoonmakers en huishoudens afspraken maken over huishoudelijke werkzaamheden. FNV c.s. vorderden onder meer de kwalificatie van de rechtsverhouding tussen schoonmakers en Helpling als arbeidsovereenkomst, naleving van de Schoonmaak-cao, en verboden op het vragen van financiële tegenprestaties.
De kantonrechter wees enkele vorderingen toe, het hof wees deze weer af en kende andere vorderingen toe. Helpling stelde cassatieberoep in, FNV c.s. incidenteel cassatieberoep. Tijdens het cassatieproces werd Helpling failliet verklaard.
De Hoge Raad beoordeelde de gevolgen van het faillissement voor het cassatiegeding. Hij stelde vast dat het geding geschorst is voor rechtsvorderingen die voldoening van verbintenissen uit de boedel beogen, conform art. 29 Fw Pro. Voor overige vorderingen die niet tot voldoening uit de boedel strekken, is het geding aangehouden. Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over voortzetting van het geding voor deze overige vorderingen.
De Hoge Raad besloot het cassatiegeding voor de boedelvorderingen te schorsen en voor de overige vorderingen aan te houden tot 7 juli 2023. Tevens kondigde de Hoge Raad aan de zaak ambtshalve te zullen doorhalen indien partijen geen voortzetting wensen. Dit arrest is gewezen door vijf raadsheren en openbaar uitgesproken door raadsheer Lock.
Uitkomst: Het cassatiegeding is geschorst voor boedelvorderingen en aangehouden voor overige vorderingen in afwachting van uitlating partijen.