Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
bijvoorbeeldde onder 5, 12, 13 en 23 genoemde rechtsvorderingen (rov. 3.3.4). [6]
3.Met betrekking tot het voornemen tot doorhaling van de zaak
niettot gevolg heeft dat het geding definitief tot een einde komt. Zoals uit art. 3.1.17.3 van het Procesreglement van de Hoge Raad volgt, kan de behandeling van een doorgehaalde zaak op verzoek van (een der) partijen worden hervat. [11]
anderbelang heeft dan slechts de toewijsbaarheid van de verifieerbare vorderingen te bewerkstelligen. [12]
“ongetwijfeld”gelegen in de vraag of het in Nederland überhaupt mogelijk is om te spreken van een uitzendrelatie wanneer de inlener geen ondernemer, maar een particuliere partij is. Voor de rechtspositie van de (ex-)schoonmakers van Helpling is volgens FNV c.s. des te meer van belang dat vast komt te staan dat sprake is van een
“volle”arbeidsovereenkomst. [20]
afhankelijkis van de toepasselijkheid van de cao. Zonder nadere toelichting, die in de uitlating van FNV c.s. ontbreekt, valt dan ook niet in te zien welk ander belang FNV c.s. zou hebben bij de beoordeling van de vordering onder 10, dan de toewijsbaarheid van de (hieraan gekoppelde) verifieerbare vorderingen in deze procedure. Evenmin valt uit voormelde toelichting af te leiden welk zelfstandig belang FNV c.s. zou hebben bij een beoordeling van de vorderingen onder 1, 2, 18 en 24.
Deliveroo-arrest een aantal aspecten in het kader van de kwalificatieproblematiek onbehandeld is gebleven: in
Deliverooging het om de vraag of er wel of geen arbeidsovereenkomst was met
Deliveroo,terwijl het in de
Helpling-zaak over de driehoeksrelatie gaat, waarbij het de vraag is wie met wie welke overeenkomst sluit, aldus FNV c.s. [25]