ECLI:NL:HR:2023:893
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 maart 2022, dat het hoger beroep behandelde tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2006 tot en met 2012, inclusief boetebeschikkingen en beschikkingen over heffings- en belastingrente.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, was motivering van het oordeel niet vereist op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2023.
De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van lagere instanties en sluit het geschil over de navorderingsaanslagen en bijbehorende sancties definitief af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.