Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:935

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 juni 2023
Publicatiedatum
16 juni 2023
Zaaknummer
23/00640
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 552a Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen beslag op computer en crypto-wallets in strafrechtelijke rechtshulpzaak

De zaak betreft een cassatieberoep van klager tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland inzake een klaagschrift op grond van artikel 552a Wetboek van Strafvordering. Het betrof beslaglegging op een computer en twee crypto-wallets van klager, in het kader van een rechtshulpverzoek van de Verenigde Staten. Dit verzoek hield verband met een verdenking van moord gepleegd in 1992 in Mountain View, Californië.

De rechtbank had geoordeeld dat het beslag gerechtvaardigd was omdat de computer en crypto-wallets mogelijk bewijs konden bevatten dat van belang is voor het onderzoek. Klager betoogde dat dit onterecht was, maar de Hoge Raad heeft de klachten tegen deze uitspraak beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking.

De Hoge Raad heeft dit oordeel gegeven zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep is derhalve verworpen, waarmee het beslag op de computer en crypto-wallets gehandhaafd blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op computer en crypto-wallets blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00640 Br
Datum20 juni 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 31 januari 2023, nummer RK 22-022806, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 juni 2023.