Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende, eigenaar van een appartement en lid van een Vereniging van Eigenaars (VvE), werd voor het jaar 2017 aangeslagen in box 3 over een belastbaar inkomen dat mede bestond uit zijn aandeel in het reservefonds van de VvE.
Het geschil betrof de vraag of dit aandeel in het reservefonds tot de rendementsgrondslag van box 3 behoort. Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat het lidmaatschap van de VvE een vermogensrecht is dat gewaardeerd moet worden op de waarde in het economische verkeer, waarbij het reservefonds als onderdeel van het eigen vermogen van de VvE moet worden meegeteld.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de wetswijziging van artikel 5:126 BW Pro het reservefonds tot een wettelijke voorziening maakte die niet tot het eigen vermogen behoort en dus niet belastbaar is. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat de wetswijziging geen invloed heeft op de aard van het reservefonds als vermogensrecht en de waardering daarvan in box 3.
De Hoge Raad wees ook andere klachten af zonder nadere motivering en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat het aandeel in het VvE-reservefonds tot de box 3-heffing behoort.