ECLI:NL:HR:2023:971

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2023
Publicatiedatum
23 juni 2023
Zaaknummer
22/00546
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:310 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake bestuurdersaansprakelijkheid bij aandelentransactie

In deze zaak stond de vraag centraal of Sibema c.s. terecht aansprakelijk werd gehouden voor schade voortvloeiend uit een aandelentransactie, waarbij sprake was van een verzuim om tijdig aansprakelijkheid mee te delen. De procedure begon bij de rechtbank Gelderland en werd voortgezet bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 23 november 2021 een arrest wees.

Sibema c.s. stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, waarbij onder meer werd betwist of de korte verjaringstermijn van artikel 3:310 BW Pro van toepassing was en of er sprake was van subjectieve bekendheid met de schade en de aansprakelijke persoon. De Hoge Raad heeft de klachten van Sibema c.s. beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest.

De Hoge Raad besloot het beroep te verwerpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Tevens werden Sibema c.s. veroordeeld tot betaling van de proceskosten in cassatie.

Deze uitspraak bevestigt de toepassing van de korte verjaringstermijn en het belang van tijdige aansprakelijkstelling bij bestuurdersaansprakelijkheid in het kader van aandelentransacties.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Sibema c.s. wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/00546
Datum23 juni 2023
ARREST
In de zaak van
1. SIBEMA LIMBURG B.V.,
gevestigd te Wessem, gemeente Maasgouw,
2. [eiseres 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Sibema c.s.,
advocaat: F.J. Fernhout,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: B.M.H. Fleuren.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak NL19.3831 van de rechtbank Gelderland van 5 december 2019;
b. de arresten in de zaak 200.273.138 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 februari 2021 en 23 november 2021.
Sibema c.s. hebben tegen de arrest van het hof van 23 november 2021 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Sibema c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Sibema c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Sibema c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, H.M. Wattendorff en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
23 juni 2023.