ECLI:NL:HR:2023:995
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak
In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 september 2022, betreffende verzet tegen een eerdere uitspraak van 8 april 2022. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en daarbij ook het advies van de procureur-generaal betrokken.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad daarom het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 30 juni 2023, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.