Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2022:5439

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 september 2022
Publicatiedatum
20 september 2022
Zaaknummer
BRE-21-5024
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:5 AwbArt. 8:54 AwbArt. 1 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraakInvorderingswet 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen onbevoegdverklaring rechtbank inzake beroep tegen beslissing ontvanger Belastingdienst ongegrond verklaard

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de ontvanger van de Belastingdienst. De rechtbank heeft zich in een eerdere uitspraak onbevoegd verklaard om van dat beroep kennis te nemen, omdat beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990 niet onder de bevoegdheid van de fiscale bestuursrechter vallen.

Belanghebbende stelde verzet in tegen deze onbevoegdverklaring, zonder verzoek om zitting. De rechtbank heeft het verzet behandeld zonder zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro, omdat het eindoordeel buiten redelijke twijfel stond.

De rechtbank oordeelt dat het verzet ongegrond is. De rechtbank kan niet overgaan tot doorzending van het beroepschrift naar een bevoegde instantie, omdat een civiele procedure moet worden gestart via dagvaarding of verzoek, en een beroepschrift niet voldoet aan het indieningsvereiste.

De buiten-zittinguitspraak blijft in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.

Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van de rechtbank wordt ongegrond verklaard en de uitspraak blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/5024

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 september 2022 op het verzet van

[belanghebbende] , te [plaats] , belanghebbende.

Procesverloop

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de ontvanger van de Belastingdienst van 8 oktober 2021 (de bestreden uitspraak op bezwaar) beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 8 april 2022 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van dat beroep kennis te nemen.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
Belanghebbende heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft zich kennelijk onbevoegd geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat de beslissing van de ontvanger niet een van de uitzonderingen is op het uitgangspunt dat de (fiscale) bestuursrechter niet bevoegd is te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. [1] Naar het oordeel van de rechtbank is deze uitspraak juist en op goede gronden genomen.
Belanghebbende geeft in zijn verzetschrift aan dat hij moe(deloos) wordt van het gedoe en hoopt dat de rechtbank de zaak naar de bevoegde instantie kan doorsturen.
De rechtbank heeft begrip voor het gevoel van belanghebbende. Helaas kan de rechtbank aan het verzoek om doorzending niet tegemoetkomen. Het instellen van een civiele procedure geschiedt door middel van een dagvaarding of een verzoek. Met het doorzenden van een beroepschrift wordt niet voldaan aan dat indieningsvereiste. De belastingrechter heeft dus niet de mogelijkheid een beroepschrift door te zenden naar de civiele rechter.
Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.H. van Schaik, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 20 september 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raadwww.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie stellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is
gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:5 van Pro de Awb en artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt Pro de Invorderingswet 1990 genoemd.