ECLI:NL:HR:2024:102
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken hiervoor. Deze brief werd volgens Track&Trace afgeleverd op het opgegeven adres.
Ondanks meerdere herinneringen en een gelegenheid om een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht, maakte belanghebbende geen gebruik van deze mogelijkheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit in aanwezigheid van de raadsheren en de waarnemend griffier op 26 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht.