Uitspraak
vertegenwoordigd door [P],
Hoge Raad
Belanghebbende, een B.V., had in meerdere procedures bij de Rechtbank Gelderland en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bezwaar gemaakt tegen door haar op aangifte voldane bedragen aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Na afwijzing in eerste aanleg en hoger beroep richtte belanghebbende zich met een cassatieberoep tot de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en gelet op het advies van de procureur-generaal geconcludeerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Daarom is het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.