ECLI:NL:HR:2024:1049

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2024
Publicatiedatum
9 juli 2024
Zaaknummer
23/02329
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 94 Wetboek van StrafvorderingArt. 552a Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen beslag op auto wegens verdenking diefstal en witwassen

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 7 juni 2023, waarin een klaagschrift over het beslag op een personenauto onder de klager werd behandeld. De auto was in beslag genomen op grond van verdenking van diefstal en witwassen. De klager stelde zich op het standpunt dat het beslag onterecht was.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van de klager niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van het oordeel van de rechtbank nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad bevestigt dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, die later over de zaak zal oordelen, de inbeslaggenomen auto zal verbeurdverklaren of aan het verkeer zal onttrekken. Op basis hiervan is het beslag gerechtvaardigd gebleven.

De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, waarna het beroep is verworpen en het beslag gehandhaafd blijft.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het beslag op de auto wegens verdenking van diefstal en witwassen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02329 B.
Datum9 juli 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 7 juni 2023, nummer RK 23/007006, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft L.C. de Lange, advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juli 2024.