ECLI:NL:HR:2024:1058
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in zaak tegen Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 maart 2024, die op haar beurt het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en een verzoek om schadevergoeding op grond van titel 8.4 van de Awb.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en na advies van de procureur-generaal geconcludeerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen veroordeling in proceskosten uitgesproken. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard en daarmee afgewezen.