ECLI:NL:HR:2024:1086
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vermogensrendementsheffing in strijd met EVRM; verwijzing voor herbeoordeling werkelijk rendement
Belanghebbende werd voor het jaar 2020 aangeslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen op basis van een forfaitair belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van €100.975. Hij had een deelname in een beleggingsclub, een fonds voor gemene rekening dat fiscaal transparant is. Het Hof Den Haag oordeelde dat alleen het werkelijk behaalde rendement, bestaande uit direct gerealiseerde opbrengsten, belast mag worden en dat ongerealiseerde waardeveranderingen niet in aanmerking komen.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt wat zijn werkelijk rendement was, waardoor zijn beroep ongegrond werd verklaard. De Hoge Raad oordeelde echter dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd door ongerealiseerde verliezen buiten beschouwing te laten, verwijzend naar een eerder arrest van 6 juni 2024.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling, waarbij het werkelijk rendement van het gehele vermogen in box 3 moet worden vastgesteld, inclusief ongerealiseerde waardeveranderingen. Het incidentele beroep van de Staatssecretaris werd ongegrond verklaard. De Hoge Raad droeg de Staatssecretaris op het griffierecht van belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor herbeoordeling van het werkelijk rendement inclusief ongerealiseerde waardeveranderingen.