ECLI:NL:HR:2024:1096

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 augustus 2024
Publicatiedatum
27 augustus 2024
Zaaknummer
22/00944
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 lid 1 SrArt. 304 lid 3 SrArt. 184 lid 1 SrArt. 55 lid 1 SrArt. 358 lid 3 Sv
Verwijzingen
9 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak mishandeling buitengewoon opsporingsambtenaar en belemmering ambtelijke handeling bevestigd

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 7 maart 2022, waarin verdachte werd vrijgesproken van mishandeling van een buitengewoon opsporingsambtenaar en belemmering van een ambtelijke handeling. De verdachte werd ervan verdacht de ambtenaar te hebben geslagen en vastgepakt.

Het cassatiemiddel richtte zich op vermeende innerlijke tegenstrijdigheden in de bewijsvoering en het niet gemotiveerd beslissen op een beroep op een strafverminderingsgrond. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewijsvoering zorgvuldig had gemotiveerd en dat het beroep op strafvermindering onvoldoende was onderbouwd om een gemotiveerde beslissing te vereisen.

De Hoge Raad constateerde tevens dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, maar achtte dit niet aanleiding voor een ander rechtsgevolg gezien de opgelegde taakstraf van 40 uur.

Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef en de vrijspraak bevestigd werd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vrijspraak van verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00944
Datum27 augustus 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 7 maart 2022, nummer 22-001341-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en S. van den Akker, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewijsvoering van de bewezenverklaarde feiten en over het niet-responderen op een verweer.
2.2
De klachten leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde taakstraf van 40 uren volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 augustus 2024.