ECLI:NL:HR:2024:1100

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 augustus 2024
Publicatiedatum
29 augustus 2024
Zaaknummer
23/04999
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake motorrijtuigenbelasting

Belanghebbende is in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over aan hem verzonden rekeningen voor motorrijtuigenbelasting. Na uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant en het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, heeft belanghebbende cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en geconstateerd dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Op basis hiervan heeft de Hoge Raad gebruikgemaakt van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2024.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/04999
Datum30 augustus 2024
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven,
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
vertegenwoordigd door [P] ,
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 november 2023, nrs. 22/02316 tot en met 22/02318, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 21/5325, BRE 21/5562 en BRE 21/5563) betreffende aan belanghebbende verzonden rekeningen inzake motorrijtuigenbelasting.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2024.