ECLI:NL:HR:2024:1111

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 september 2024
Publicatiedatum
30 augustus 2024
Zaaknummer
19/00559
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring dagvaarding wegens verloren gegaan dossier in strafzaak

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een arrest gewezen dat in cassatie is aangevochten door de verdachte. Tijdens de cassatieprocedure heeft het hof laten weten dat het dossier in het ongerede is geraakt. De Hoge Raad heeft vervolgens tevergeefs navraag gedaan bij de rechtbank Overijssel om het dossier te achterhalen.

Omdat het dossier niet meer beschikbaar zal komen, kan de Hoge Raad de uitspraak van het hof niet toetsen. Dit betekent dat het arrest van het hof niet in stand kan blijven. De Hoge Raad besluit daarom de zaak zelf af te doen en verklaart de dagvaarding in eerste aanleg nietig.

De nietigverklaring van de dagvaarding betekent dat de rechter in eerste aanleg niet kan beraadslagen en beslissen op de grondslag van de tenlastelegging, omdat het dossier ontbreekt. De Hoge Raad vernietigt zowel het arrest van het hof als de uitspraak van de politierechter in de rechtbank Overijssel.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en nietigverklaring van de dagvaarding, en de Hoge Raad volgt dit advies. De cassatiemiddelen behoeven geen bespreking meer vanwege de beslissing.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 3 september 2024.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de dagvaarding in eerste aanleg nietig wegens zoekraken van het dossier, waardoor de zaak niet verder kan worden behandeld.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/00559
Datum3 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 februari 2019, nummer 21-001081-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, behoudens voor zover daarbij de uitspraak in eerste aanleg mocht zijn vernietigd, en tot nietigverklaring van de inleidende dagvaarding.

2.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

Het hof heeft bij brief van 24 augustus 2023 aan de Hoge Raad laten weten dat het dossier in deze zaak in het ongerede is geraakt. De Hoge Raad heeft daarna tevergeefs navraag naar het dossier gedaan, onder meer bij de rechtbank Overijssel. Dat brengt mee dat het er in cassatie voor moet worden gehouden dat het dossier niet meer beschikbaar zal komen. De uitspraak van het hof kan niet in stand blijven, omdat die in cassatie niet kan worden getoetst. De Hoge Raad zal de zaak zelf afdoen en de dagvaarding in eerste aanleg nietig verklaren, nu na verwijzing of terugwijzing van de zaak de rechter naar wie de zaak zou worden verwezen of teruggewezen niet in staat zou zijn te beraadslagen en te beslissen op de grondslag van de tenlastelegging.

3.Beoordeling van de cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de cassatiemiddelen niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 17 februari 2017;
- verklaart de dagvaarding in eerste aanleg nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 september 2024.