ECLI:NL:PHR:2024:518
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring dagvaarding wegens onvindbaar procesdossier in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 februari 2019. De verdachte heeft drie middelen van cassatie ingediend, waaronder motiveringsklachten en een klacht over overschrijding van de inzendtermijn.
De Hoge Raad beschikt echter niet over de gedingstukken van feitelijke aanleg. Ondanks ambtshalve pogingen om het dossier alsnog te verkrijgen, is het dossier in ongerede geraakt en niet meer beschikbaar. De raadsman van de verdachte heeft ook geen verzoek gedaan om het dossier te completeren, noch is hierover geklaagd in cassatie.
Volgens vaste jurisprudentie kan een middel dat klaagt over ontbrekende processtukken niet worden behandeld zonder eerst een verzoek tot aanvulling aan de rolraadsheer. Nu het dossier niet kan worden aangevuld, kan de Hoge Raad de klachten niet inhoudelijk beoordelen.
De Hoge Raad overweegt dat in dit soort situaties het procesdossier niet beschikbaar is en dat het bestreden arrest daarom niet kan worden getoetst. Om doelmatigheidsredenen wordt geadviseerd de zaak zelf af te doen door de inleidende dagvaarding nietig te verklaren en het arrest te vernietigen, behoudens voor zover het arrest in eerste aanleg is vernietigd.
Deze conclusie leidt tot vernietiging van het bestreden arrest en nietigverklaring van de dagvaarding, waarmee het cassatieberoep wordt toegewezen op procedurele gronden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de inleidende dagvaarding nietig wegens het ontbreken van het procesdossier.