ECLI:NL:HR:2024:1117

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 september 2024
Publicatiedatum
2 september 2024
Zaaknummer
23/02770
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46.1 SrArt. 289 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak in eerste aanleg bevestigd: medeplegen voorbereiding moord bewezen

De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken, maar het gerechtshof Amsterdam verklaarde hem schuldig aan medeplegen van voorbereiding van moord. Het hof baseerde dit op het feit dat de verdachte samen met anderen een peilbaken, simkaart en telefoon met GPS-tracker gebruikte om heimelijk het slachtoffer te lokaliseren, wat essentieel was voor de uitvoering van het liquidatieplan.

In cassatie betoogde de verdachte dat het bewijs onvoldoende was om medeplegen te bewijzen. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat het bewijs, waaronder instructies van een opdrachtgever en de nauwe aansluiting van de gedragingen van de verdachte bij die van zijn voorgangers, toereikend was om het medeplegen vast te stellen.

De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde het arrest van het hof. Daarmee blijft de bewezenverklaring van medeplegen van voorbereiding van moord in stand, ondanks de eerdere vrijspraak in eerste aanleg. De uitspraak benadrukt het belang van de rol van heimelijke lokalisatie in het planmatige liquidatieproces en het toereikende bewijs daarvoor.

Uitkomst: Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring medeplegen voorbereiding moord en verwerpt cassatieberoep.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02770
Datum10 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 juli 2023, nummer 23-000592-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het bewezenverklaarde medeplegen van voorbereiding van moord niet uit de bewijsvoering van het hof kan volgen.
2.2.1
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij in de periode van 6 februari 2021 tot en met 4 maart 2021 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord als bedoeld in artikel 289 van Pro het Wetboek van Strafrecht op een persoon, te weten [slachtoffer 1] , opzettelijk
- een peilbaken en
- een simkaart en
- een telefoon met applicatie TKSTAR GPS (voor het instellen en volgen van een GPS-tracker), bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad.”
2.2.2
Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de bijlage bij het arrest van het hof. Verder heeft het hof in zijn arrest een bewijsoverweging opgenomen zoals weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 9.
2.3
Het hof heeft in zijn bewijsvoering gemotiveerd op grond waarvan naar zijn oordeel het tenlastegelegde medeplegen van voorbereiding van moord is bewezen. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is, in het licht van de door het hof gebruikte bewijsvoering en mede gelet op wat daarover is opgemerkt in de conclusie van de advocaat-generaal onder 12 tot en met 17 en 22 tot en met 27, toereikend gemotiveerd.
2.4
Het cassatiemiddel faalt.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 september 2024.