Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
10 september 2024.
Hoge Raad
De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken, maar het gerechtshof Amsterdam verklaarde hem schuldig aan medeplegen van voorbereiding van moord. Het hof baseerde dit op het feit dat de verdachte samen met anderen een peilbaken, simkaart en telefoon met GPS-tracker gebruikte om heimelijk het slachtoffer te lokaliseren, wat essentieel was voor de uitvoering van het liquidatieplan.
In cassatie betoogde de verdachte dat het bewijs onvoldoende was om medeplegen te bewijzen. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat het bewijs, waaronder instructies van een opdrachtgever en de nauwe aansluiting van de gedragingen van de verdachte bij die van zijn voorgangers, toereikend was om het medeplegen vast te stellen.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde het arrest van het hof. Daarmee blijft de bewezenverklaring van medeplegen van voorbereiding van moord in stand, ondanks de eerdere vrijspraak in eerste aanleg. De uitspraak benadrukt het belang van de rol van heimelijke lokalisatie in het planmatige liquidatieproces en het toereikende bewijs daarvoor.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring medeplegen voorbereiding moord en verwerpt cassatieberoep.