De verdachte is in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van voorbereiding van moord op een persoon, waarbij hij samen met een medeverdachte een peilbaken, simkaart en een telefoon met een speciale applicatie gebruikte om het slachtoffer te lokaliseren. De rechtbank had de verdachte vrijgesproken, maar het hof vernietigde dit vonnis en verklaarde het bewezen dat de verdachte deze voorbereidingshandelingen heeft verricht.
Het bewijs bestond onder meer uit onderschepte berichten, DNA-sporen op het peilbaken en de simkaart, en het gebruik van een telefoon met een applicatie die contact maakte met het peilbaken. De verdachte handelde in opdracht en volgde instructies die overeenkwamen met eerdere voorbereidingshandelingen. Het hof oordeelde dat de verdachte met voorwaardelijk opzet handelde en dat het peilbaken en de telefoon van wezenlijk belang waren voor de uitvoering van de moord.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar, met aftrek van voorarrest. Tevens werd de voorwaardelijke invrijheidstelling van een eerdere straf herroepen. De vordering tot gevangenneming werd afgewezen. Ook werd een in beslag genomen telefoon onttrokken aan het verkeer vanwege het gebruik ervan bij de voorbereiding van het misdrijf.