ECLI:NL:HR:2024:1164

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 september 2024
Publicatiedatum
12 september 2024
Zaaknummer
23/02970
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 416.1.a SrArt. 38m Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie opzetheling fiets en oplegging ISD-maatregel

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin hij werd veroordeeld voor opzetheling van een fiets die een week eerder was gestolen. Het hof had vastgesteld dat de fiets waarmee verdachte werd aangetroffen dezelfde was als de gestolen fiets en dat een slijpschijf in de fietstassen paste bij een slijptol die in een parkeergarage was aangetroffen.

De verdachte voerde meerdere bewijsklachten aan, waaronder dat het hof niet had vastgesteld dat hij wist dat de fiets door een misdrijf was verkregen op het moment dat hij de fiets in bezit had. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest, mede omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en bevestigt daarmee het oordeel van het hof en de oplegging van de ISD-maatregel op grond van artikel 38m Sr. Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers en raadsheren Caminada en Posthumus op 17 september 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd met oplegging van een ISD-maatregel.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02970
Datum17 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 juli 2023, nummer 20-000337-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.M. Peeperkorn, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 september 2024.