ECLI:NL:HR:2024:1184
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting 2012
Belanghebbende, een B.V., was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreffende een naheffingsaanslag omzetbelasting en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente over het jaar 2012. Het Gerechtshof Den Haag heeft deze zaak behandeld en een uitspraak gedaan op 31 maart 2022.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Staatssecretaris van Financiën voerde verweer. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de gronden van het oordeel nader te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Proceskosten werden niet toegewezen. Het arrest werd uitgesproken op 13 september 2024 door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag bevestigd.