ECLI:NL:HR:2024:1186
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag BPM
De erven van belanghebbende hebben cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin het hof het hoger beroep van belanghebbenden tegen een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente verwierp.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbenden tegen het hofarrest beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand en is de naheffingsaanslag en de belastingrente definitief bevestigd.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.